“Ik schaam me een beetje dat ik hier mijn werk van heb gemaakt.”

Geen “goedemorgen”. Geen naam. Geen slide.

Dat is hoe Simon Sinek vaak begint. Een van mijn favoriete sprekers, die op een van mijn TEDx events sprak. 

En zodra je het doorhebt, zie je het overal.

Wat hij doet is subtiel, maar extreem krachtig. Hij begint niet met uitleg, niet met energie, niet met een verhaal. 

Hij begint met verwarring. Een zin die niet helemaal klopt. Iets dat schuurt.

Je brein kan dat niet laten liggen.

Want je weet één ding: hij hééft een carrière.

Wat je niet weet: waarom hij zich daarvoor zou schamen.

En precies daar ontstaat aandacht.

Onderzoek naar nieuwsgierigheid laat zien dat ons brein geprogrammeerd is om “open loops” te sluiten. 

Zodra er een gat zit tussen wat we weten en wat we willen weten, gaan we automatisch luisteren.

De meeste sprekers doen het tegenovergestelde. 

Ze geven alles meteen weg. 

Context, conclusie, structuur. 

Daarmee verdwijnt precies datgene wat je publiek nodig heeft om aan te haken.

Wat ik zie bij leiders in boardrooms en op podia: degene die de aandacht vasthoudt, 

is zelden degene met de meeste inhoud. 

Het is degene die spanning durft te laten bestaan.

Niet alles meteen uitleggen.

Niet alles dichttimmeren.

Durven beginnen met een vraag waar nog geen antwoord op is.

Dus een simpele vraag voor je volgende verhaal:

Welke informatie kun je weglaten… zodat mensen juist beter gaan luisteren?