Amy Edmondson, hoogleraar aan Harvard, liep ooit maandenlang rond in ziekenhuizen om te onderzoeken welke teams het beste werk leverden. Haar aanname was simpel. De beste teams maken de minste fouten. De cijfers lieten het tegenovergestelde zien. De beste teams maakten juist de meeste fouten.
De verklaring is verrassend nuchter. Die teams maakten niet meer fouten, ze durfden ze alleen wel te benoemen. Er heerste een klimaat waarin je hardop mocht zeggen dat er iets mis was gegaan, zonder dat je daarvoor werd afgebrand. In de mindere teams verdwenen net zoveel fouten in stilte. Een fout die niemand benoemt, is een fout waar niemand van leert. Edmondson gaf dat klimaat een naam: psychologische veiligheid.
Psychologische veiligheid is het gevoel dat je een risico mag nemen zonder dat het je je kop kost. Dat je een vraag mag stellen waar je dom van lijkt over te komen, een idee mag delen dat nog niet af is, of het oneens mag zijn met de baas. Het grootste misverstand is in mijn optiek dat dit betekent dat je vooral aardig moet zijn en de lat lager moet leggen. Het tegenovergestelde is waar. Edmondson koppelt veiligheid juist aan hoge eisen. Veiligheid zonder ambitie levert een gezellige comfortzone op waar weinig gebeurt. Het gaat niet over zacht zijn, maar over eerlijk durven zijn.
Dat zwijgen zo hardnekkig is, heeft een simpele reden. Het risico van je mond opentrekken voel je meteen en persoonlijk, terwijl de winst pas later komt en aan de groep toevalt. Daarom werkt “mijn deur staat altijd open” niet. Die drempel zit niet bij de deur, maar in het hoofd van de ander. Je kantelt die afweging vooral met hoe je communiceert en hoe je voor een groep staat. Deze zeven dingen adviseer ik mijn coachees altijd:
1) Stel meer echte vragen dan je antwoorden geeft. Niet de retorische vraag waar je het antwoord al op weet, maar de oprechte. “Wat zie ik hier mogelijk over het hoofd?” Daarmee geef je mensen toestemming om mee te denken in plaats van alleen te knikken.
2) Wees hardop niet alleenwetend. Een leider die zegt “ik heb hier jullie hulp bij nodig” haalt meer naar boven dan iemand die de onfeilbare expert speelt. Je kwetsbaarheid maakt je geloofwaardiger, niet zwakker.
3) Kader een opgave als gezamenlijk leerproces, niet als prestatietest. Hoe je een uitdaging benoemt, bepaalt of mensen durven meedenken of zich juist gaan indekken.
4) Laat na een vraag de stilte vallen. De meeste sprekers vullen die binnen twee seconden zelf op, uit pure spanning. Juist in die stilte vindt iemand de moed om te beginnen.
5) Let op je gezicht als je iets hoort wat je niet wilt horen. Hoe je reageert op de eerste tegenspraak bepaalt of de tweede nog durft. Reageer met nieuwsgierigheid in plaats van met verdediging.
6) Bedank degene die het ongemakkelijke geluid maakt, juist als het je niet uitkomt. Daarmee maak je van eerlijkheid iets dat loont in plaats van iets dat straf oplevert.
7) Deel je eigen fouten. Een leider die vertelt over een eigen misser en wat die opleverde, geeft een heel team de ruimte om te groeien.
Psychologische veiligheid bouw je niet met een mooi beleidsstuk of een poster aan de muur. Je bouwt het in de manier waarop je een vraag stelt, hoe lang je stilte verdraagt en wat je gezicht doet op het moment dat iemand iets zegt wat je liever niet had gehoord. Het begint dus niet bij je team, maar bij jou, op het moment dat je het woord neemt.