Deze week ben ik in Suriname om twee dagen lang de executive board van een klant te trainen. De afgelopen tijd ben ik regelmatig in het buitenland voor klanten. Dat vind ik een van de mooiste aspecten van mijn werk: je ontmoet mensen met andere achtergronden, kijkt met een frisse blik naar je eigen manier van werken en ontdekt verrassende parallellen tussen culturen.
Ook hier in Suriname heb ik dat weer; in gesprekken met locals ontdekte ik hoeveel verschillende achtergronden samenkomen in dit land. Mensen met wortels in onder meer Afrika, India, Java en Europa, ieder met hun eigen geschiedenis, tradities en culturele invloeden. Dat zette me aan het denken over iets wat rechtstreeks raakt aan mijn vak… want dezelfde taal spreken, betekent niet automatisch dat je hetzelfde referentiekader hebt.
Dat is iets wat we in onze communicatie in mijn op tiek nogal eens vergeten. We vertellen ons verhaal vanuit onze eigen ervaringen, gebruiken voorbeelden die voor ons vanzelfsprekend zijn en gaan ervan uit dat de ander ons wel begrijpt. Maar wat voor jou logisch is, hoeft dat voor een ander helemaal niet te zijn.
Ik zie daarin drie belangrijke lessen voor iedereen die een verhaal vertelt.
1) De beste sprekers zijn goed in vertalen
Niet letterlijk van de ene taal naar de andere, maar van de ene belevingswereld naar de andere. Een engineer, een ondernemer en een marketeer kunnen naar dezelfde presentatie luisteren, maar met totaal verschillende vragen in hun hoofd zitten. De een wil weten hoe iets werkt, de ander wat het oplevert en de derde wat het voor de klant betekent. De kunst is om je boodschap zo te vertellen dat die aansluit bij de wereld van je publiek. Je hoeft je verhaal niet te veranderen. Je moet wel nadenken over hoe je het laat landen.
Iets wat ik veel leiders vaak zie vergeten, omdat ze vooral denken vanuit ‘dit moet ik allemaal vertellen’.
2. Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat niet voor iedereen
We gebruiken vakjargon, maken grappen, vertellen anekdotes en gebruiken voorbeelden die voor ons volkomen logisch zijn. Maar begrijpen mensen buiten onze eigen bubbel die ook? Accepteren ze die ook? Zeker als je internationaal werkt, met verschillende disciplines samenwerkt of een divers publiek toespreekt, is dat iets om bewust bij stil te staan. Om van te voren even goed te checken. Of je dit bijvoorbeeld ook wel kan zeggen, tegen de verschillende culturen in de zaal. Een goed verhaal gaat daarom niet alleen over wat jij wilt vertellen. Het gaat ook over wat de ander nodig heeft om het te begrijpen.
3. Nieuwsgierigheid is een betere start dan aannames
We denken vaak dat we ons publiek kennen. We weten wat mensen doen, welke functie ze hebben of uit welke sector ze komen. Maar weten we daarmee ook hoe ze naar de wereld kijken? Stel eens een vraag. Luister naar de woorden die mensen zelf gebruiken. Probeer te begrijpen wat hen bezighoudt voordat je jouw eigen verhaal vertelt. Juist door nieuwsgierig te zijn, ontdek je soms dat een voorbeeld dat jij wilde gebruiken helemaal niet aansluit, terwijl een heel andere invalshoek je publiek wél raakt. Dat vraagt misschien iets meer voorbereiding, maar maakt je verhaal uiteindelijk veel sterker.