Waarom pas ik in presentaties bijna altijd de regel van 3 toe?

Waarom pas ik tijdens presentatie altijd de regel van 3 toe? Omdat drie voor een publiek vaak precies genoeg is. Genoeg om structuur te voelen, maar niet zoveel dat het brein begint te morsen.

Dat is geen stijltrucje. Daar zit gewoon cognitieve wetenschap onder. We zijn lang opgegroeid met het beroemde idee van George Miller dat ons korte-termijngeheugen ongeveer zeven dingen aankan, maar later onderzoek van Nelson Cowan nuanceerde dat flink: voor actieve verwerking ligt de echte capaciteit vaak eerder rond de drie à vier ‘chunks’. Dat betekent: drie heldere bouwstenen kan een publiek nog vasthouden, vergelijken en betekenis geven. Bij vier of vijf begint de eerste informatie vaak al te vervagen terwijl jij nog bezig bent met de rest.

Drie doet nog iets anders. Eén punt is een losse observatie. Twee punten vormen een tegenstelling. Pas bij drie ontstaat een patroon. En een brein houdt van patronen. Daarom blijven drieslagen zo goed hangen. “Veni, vidi, vici.” “Life, liberty and the pursuit of happiness.” Drie geeft ritme, afronding en een gevoel van compleetheid.

Daarom werk ik in presentaties bijna altijd met drie hoofdlijnen, drie argumenten of drie stappen. Niet omdat de werkelijkheid altijd in drieën te vangen is, maar omdat een publiek anders gaat stapelen in plaats van begrijpen. Veel sprekers denken dat meer argumenten overtuigender zijn. Vaak gebeurt het omgekeerde. Je publiek voelt dan niet meer scherpte, maar overbelasting. Te veel redenen maken een verhaal niet sterker, maar diffuser.

Er zit wel een belangrijke voorwaarde onder: die drie punten moeten elkaar niet overlappen. Ze moeten helder naast elkaar staan en samen het geheel dragen. Anders heb je geen sterke drieslag, maar drie varianten van hetzelfde punt. Dan voelt het alsnog rommelig.

Een presentatie wordt in mijn optiek meestal niet krachtiger door meer inhoud, maar door minder concurrentie tussen ideeën.
Als ik een keynote of boardroomverhaal bouw, dwing ik mezelf bijna altijd eerst terug naar drie ankers.
Wat zijn de drie dingen die mensen morgen nog moeten weten? Als ik dat niet scherp krijg, is het verhaal meestal nog niet klaar.

Dus onthoud; mensen onthouden zelden alles wat je zegt, maar verrassend vaak wel de drie dingen die echt goed stonden.