Tijdens een incompany sessie zag ik een operationeel directeur, twee minuten in zijn presentatie, zich versproken over een cijfer. Hij lachte er kort om, corrigeerde zichzelf, en ging verder. Na afloop zei een deelnemer tegen mij dat dit het moment was waarop ze hem echt begon te geloven. Niet ondanks de fout. Om de fout.
Dat is precies wat sociaal psycholoog Elliot Aronson beschreef in zijn onderzoek naar het pratfall effect, uitgevoerd in de jaren zestig en sindsdien herhaaldelijk bevestigd. Zijn experimenten lieten zien dat een kleine misstap of onhandigheid, getoond door iemand die al als competent wordt gezien, de sympathie en het vertrouwen in die persoon vergroot in plaats van verkleint. Bij mensen die nog geen bewezen competentie hebben getoond, werkt hetzelfde effect juist averechts. De fout moet dus vallen op een fundament dat er al staat.
Dat verklaart waarom de meeste sprekers het verkeerd aanpakken. Ze proberen de indruk van feilloosheid koste wat kost overeind te houden, uit angst dat een klein moment van onzekerheid hun geloofwaardigheid ondermijnt. Terwijl het tegendeel vaker waar is. Een spreker die al gezag heeft opgebouwd en dan een kort, beheerst moment van kwetsbaarheid toont, wordt er niet zwakker maar menselijker en geloofwaardiger door. De kunst zit in dat woord beheerst. Het is geen excuus voor slechte voorbereiding, het is een klein venster dat je bewust open laat op een fundament dat al staat.